Over mij


 

Even voorstellen

Mijn naam is Elly van Laarhoven-Aarts. Pedagoog in hart en nieren. Ook heb ik expertise ontwikkeld op het gebied van cognitieve gedragstherapie. Die benaderingswijze vind ik erg boeiend vanwege de mogelijkheden die geboden worden om kennis, inzicht en vaardigheden over te dragen op andere professionals.  Interventies op elke laag van de problematiek kunnen op die manier niet alleen door de therapeut, maar ook door een bredere groep -daartoe geschoolde- hulpverleners worden ingezet. En het delen van kennis en inzichten is mijn passie. Het geven van onderwijs loopt als een rode draad door mijn loopbaan. Graag deel ik niet alleen kennis over jeugdigen die dreigen vast te lopen, maar enthousiasmeer ik iedereen die net als ik de complexiteit achter gedragsproblemen wil doorgronden. De forensische context is in mijn loopbaan daarbij een grote rol gaan spelen. Het Waaiermodel is een product van ervaring, expertise, maar bovenal van fascinatie voor de doelgroep die zich zo moeilijk een weg kan banen in onze maatschappij. De ontwikkeling van het Waaiermodel heeft me veel voldoening gegeven. Bovenal omdat die ontwikkeling voor een belangrijk deel plaats vond in samenwerking met studenten, collega’s in opleidingstrajecten,gedragswetenschappers en hulpverleners in het werkveld. En nu, na mijn afscheid op de universiteit besteed ik mijn tijd het liefst aan de verspreiding van de mogelijkheden die dit model biedt.

 

 

Mijn loopbaan

Onderwijs, wetenschap en klinische praktijk vormen voor mij de 3 ingrediënten van mijn loopbaan. Voeg daarbij als vierde component mijn auteurschap waarmee ik vorm kan geven aan mijn wens tot  ‘reflectie’ en ‘verspreiding’, dan kan aan de hand van deze thema’s  teruggeblikt en ook nog vooruitgeblikt worden op mijn loopbaan.

Onderwijs vormt het fundament van mijn carrière. Na het afronden van mijn HBS-B opleiding startte ik als onderwijzeres mijn loopbaan van 1975-1978 in het basisonderwijs en wel bij groep 3. Ik heb een kleine honderd leerlingetjes de kunst van het lezen bijgebracht en leerde hen de eerste rekensommen. Tijdens mijn studie klinische pedagogiek aan de universiteit van Utrecht heb ik van 1980-1987  diverse onderwijstaken vervuld. Eerst tijdens mijn doctoraalstudie als studenten-assistent bij de vakgroep Methodeleer en Statistiek. Na mijn afstuderen als toegevoegd docent bij de toentertijd geïntegreerde opleiding ‘sociale wetenschappen’.

Ik bekwaamde me in de klinische praktijk op de eerste plaats als diagnosticus. Zonder dat het een specifiek, vooropgesteld plan was, kreeg ik in 1987 de functie van ‘inrichtingspsycholoog’ bij de Justitiële Jeugd Inrichting ‘Eikenstein – de Lindenhorst. ‘Rapportage Pro Justitia’ vormde vanaf het begin van mijn loopbaan in die klinische praktijk de kern van mijn werkzaamheden. Ik ben blijven rapporteren tot op de dag van vandaag. Alhoewel ik daarin vooral de rol van supervisor en de laatste jaren als hoofddocent supervisorenopleiding van het NIFP inneem. In de 16 jaar die ik verbonden was aan de JJI is mijn takenpakket uitgebreid en ben ik me steeds meer toe gaan leggen op methodiekontwikkeling. In die klinische praktijk zijn rond 2000 mijn eerste ideeën over het Waaiermodel ontstaan.

Wetenschap werd vervolgens geaccentueerd, toen ik vanaf 2004 universitair docent werd bij Orthopedagogiek aan de Universiteit van Utrecht. Vanaf 2009 was ik aangesloten bij het departement Ontwikkelingspsychologie van dezelfde universiteit. Onder leiding van prof. dr. Bram Orobio de Castro heb ik kunnen profiteren van veel ontwikkelmogelijkheden. Ik kreeg de ruimte om een forensische mastertrack te ontwikkelen. Het was een interdisciplinair programma waar met name orthopedagogen en ontwikkelingspsychologen in participeerden. Voorwaarde voor deelname aan dit Masterprogramma was een stageplaats en onderzoeksopdracht in het forensisch veld. Na reorganisatie was ik een aantal jaren de coördinator van het keuzevak, dat na de internationale instroom in het studiehaar 2017-2018 Forensic Juvenile Psych0-Pathology werd genoemd. Gedurende dit universitair docentschap kon ik gedeeltelijk worden gedetacheerd naar het Ambulatorium van de faculteit Sociale Wetenschappen. Een forensische sectie kon worden opgezet waar studenten praktijkervaring konden opdoen in het kader van hun master, of postmaster. De afdeling groeide en psychologen of pedagogen konden ook na het opleidingstraject aan ons team worden toegevoegd.  Wat een ontwikkelpotentieel, wat een frisse ideeën, intelligentie en bevlogenheid kwam in die tijd samen om op onze eigen wijze de gedragsproblemen die we moesten diagnosticeren en behandelen aan te gaan pakken. Vanuit het ambulatorium kregen we opdrachten om onze taken vanuit de tweede lijn ggz uit te gaan voeren in JJI’s, of gesloten jeugdzorg zoals de Lindenhorst inmiddels werd genoemd. Het Waaiermodel dat ik vanuit Eienstein-De Lindenhorst in ruwe versie meebracht kon in die periode volop tot ontwikkeling komen. Nadat het Ambulatorium – gedeeltelijk vanwege financiële krapte na invoering van de Wet op de Jeugdzorg in 2015- werd opgeheven, besloot ik na enige tijd om mijn loopbaan bij de Universiteit af te ronden. Genoeg geproefd aan de wetenschap en genoeg gelegenheid gekregen om wetenschappelijke kennis toe te passen op de praktijk.

Inmiddels is de periode van ‘reflectie’ aangebroken en kan ik mezelf auteur noemen.  Samen met de 2 co-auteurs Sanne Verhaaren en Marije de Hoogd (2 collega’s van het ambulatorium, forensische sectie) hebben we het handboek en werkboek geschreven dat bij uitgeverij SWP is uitgebracht: Residentieel Vakmanschap Uitgelicht’. Methodisch werken aan de hand van het Waaiermodel. Dit deel van mijn loopbaan is nog maar net begonnen. Ik hoop door het geven van lezingen, trainingen en consultatie nog een lang een bijdrage te kunnen blijven geven aan diagnostiek en behandeling van een problematische doelgroep die vanwege complexe gedragsproblemen moeilijk benaderbaar en moeilijk te helpen is.

Na het beëindigen van mijn loopbaan bij de Universiteit heb ik twee bestuurstaken aangehouden:
Bij de Vereniging voor Cognitieve Gedrags Therapie (VGCT) ben ik de voorzitter van de forensische sectie. Vanuit die rol werk ik sinds kort ook intensief samen met de forensische sectie van het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP). Bij de Europian Association for Forensic Child & Adolescent Psychiatry , Psychology & other involved professionals (EFCAP) ben ik eveneens bestuurslid.

Als supervisor geef ik sinds 1990 supervisie in opleidingstrajecten binnen de NVO, het NIP, de VGCT en FGZpT. Zoals eerder genoemd ben ik free-lance verbonden aan het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie & Psychiatrie als hoofddocent van de supervisorenopleiding.

In onderstaande pdf vindt u mijn cv

CV_ Elly van Laarhoven-Aarts apr.2020